suus&zo

Ik ga weer dansen

Vroeger toen ik op de dansopleiding zat bezat ik de techniek om mij letterlijk naar voren te laten vallen. Geheel bewust liet ik mij vallen, wetende dat ik de veerkracht en behendigheid had om mezelf op te vangen. Als een rechte plank die kaarsrecht neergaat tegen de vlakte. Op het laatste moment, een paar centimeter voor ik de grond raakte, opende ik mijn handen en hield ze voor me, waardoor ik gecontroleerd en zonder gebroken neus tot de grond kwam.

Na een letterlijke val van de trap, waarbij ik niet in staat was mijzelf goed op te vangen, veranderde iets. Ik stopte met dansen en verloor die helpende behendigheid. Mijn lijf wist niet meer wat het moest doen en mijn hoofd veranderde in een angstige wereld, verpletterd en overweldigd door de zwaartekracht die mij neerhaalde. Waar ik niet in staat was mezelf adequaat op te vangen kwam de wereld op me af.

Zie het als een rood glas wijn dat met volle teugen wordt genuttigd. Al brallend draai je je om, waarna het glas vervolgens onverwachts uit je handen glipt. Het glas met de rode wijn valt op de stenen grond. In die paar seconden zie je het allemaal gebeuren, je probeert de schade nog te beperken maar je weet meteen dat het geen zin meer heeft. Als het glas de grond raakt klettert dit in duizend stukjes, door het kabaal wordt het muis stil. Een paar seconden gebeurt er niks. Iedereen houdt zijn adem in, kijkt om zich heen voor zijn eigen veiligheid. Op zoek naar de reden van deze oorverdovende onderbreking van het plezier. Als iedereen merkt wat er aan de hand is en de conclusie trekt dat het wel meevalt zet de feestelijke stemming zich weer voort. Waar voor iedereen de muziek weer door de boxen klinkt, blijft het bij jou nog doodstil. Ergens binnen deze doodse laatste seconde voor de val, bleef je hangen boven de grond. Je houdt je adem in en durft je niet te ontspannen. Hopeloos zoekend naar een manier voor een ander einde. Maar de scherven liggen om je heen en de rode wijn als een bloedplek onder je. Met een mengeling van schaamte en verslagenheid glip je ongezien de kamer uit. Ergens hoop je nog op een andere uitkomst maar je weet dat het tijd is om naar huis te gaan, het feest zit erop.

Misschien is het niet terug bij af, maar weer terug naar het begin. Terug in de tijd waar ik wist hoe ik mezelf kon opvangen, toen tijdens het dansen. Waar vallen geen schande was, maar gewoon een pasje binnen de choreografie. De val was soms nodig om dynamiek aan te brengen aan de dans, jezelf of het publiek scherp te houden of omdat de muziek daar gewoon om vroeg. Die val hoorde erbij en was zelfs niet weg te denken. Geen mislukking maar een intermezzo, wat zorgde voor een spanningsveld binnen dit kunstobject.

Daar beneden tegen de oppervlakte, kijk ik naar boven, waar alles groter is dan ikzelf. Ik sluit mijn ogen, adem diep, luister naar de muziek en geef de controle aan mijn lijf. Met een rol en een kikkerbeweging weet ik mijzelf weer tot staande te brengen. Zonder na te denken, zonder schaamte, sta ik weer met beide benen op de grond en kijk de wereld vanuit normale ooghoogte tegemoet. En daar op dat moment besluit ik, zowaar zonder glas rode wijn, ik stop nooit meer met dansen.